Fahmi

Fahmi

Stichting Fahm Instituut is sinds het begin van de oprichting in 2014 gedreven door de kernwoorden: begrip, meerstemmig, betrokken, onafhankelijk en toegankelijk. Omdat kennis tot begrip leidt!

Het belang van Rechtvaardigheid in de Islam

Rechtvaardigheid is een van de belangrijkste waarden in de islam. In dit artikel zal ik eerst laten zien dat we rechtvaardigheid (in het Arabisch: ‘adl) kunnen beschouwen als het doel van zowel de schepping als de openbaring door Allah. Daarna ga ik in op de rechtvaardigheid van Allah zelf, op het verbod om elkaar onrecht aan te doen en op het islamitische pleidooi om te streven naar rechtvaardigheid. Ik eindig met manieren waarop ieder mens in zijn leven rechtvaardigheid kan proberen te bewerkstelligen.

 

Rechtvaardigheid als doel van schepping en openbaring

Rechtvaardigheid kunnen we ook definiëren als ‘eerlijkheid’, ‘billijkheid’ of ‘gerechtigheid’. Uit de Koran kunnen we afleiden dat rechtvaardigheid het ultieme doel is van de Schepping: “(…) Hij begint de schepping en Hij herhaalt haar dan om hen die geloven en de deugdelijke daden doen in rechtvaardigheid te belonen. (…)” (Sura Junus, 10:4)[note]Gebruikte Koranvertaling: De Koran. Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands door Fred Leemhuis. Het Wereldvenster, 4e druk, Houten, 1990.[/note]

In de Koran kunnen we verder zien dat rechtvaardigheid ook het doel is van de openbaringen van Allah, van zijn Boodschappers en van de boeken die zij namens Allah naar de mensheid hebben gebracht: “Zo werd het woord van jouw Heer vervuld in waarheidsgetrouwheid en rechtvaardigheid. Er is niemand die Zijn woorden veranderen kan en Hij is de horende, de wetende.” (Sura al-An’aam, 6:115) En “En voor elke gemeenschap is er een gezant. Wanneer dan hun gezant tot hen komt wordt tussen hen met rechtvaardigheid beslist en hun wordt geen onrecht aangedaan. (Sura Junus, 10:47), En “Wij hebben Onze gezanten met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben het boek en de weegschaal met hen neergezonden, opdat de mensen de rechtvaardigheid in stand houden. (…)” (Sura al-Hadied, 57:25)

 

Allah is rechtvaardig

Het volgende dat we uit de Koran kunnen leren over rechtvaardigheid, is de absolute rechtvaardigheid van Allah zelf. Een van de zogenoemde ‘schone namen’ (asmaa al-husna) van Allah is al-‘Adl, ‘De Rechtvaardige’. Er zijn meer dan veertig Koranverzen waarin benadrukt wordt dat Allah niemand ooit onrecht gedaan heeft, onrecht doet of zal doen.[note]Zie de Koranverzen 2:272, 2:281, 3:25, 3:117, 3:161, 3:182, 8:51, 8:60, 10:44, 10:52, 10:54, 16:111, 17:71, 18:49, 19:60, 22:10, 23:62, 36:54, 40:17, 41:46, 43:76, 45:22, 46:19 en 50:29.[/note] De Koran verhaalt bijvoorbeeld over vroegere gemeenschappen, volken of stammen die van Allah een gezant met Zijn boodschap gekregen hadden. Omdat ze weigerden daarin te geloven of zich daarnaar te gedragen, bestrafte Allah hen met de vernietiging van hun steden door bijvoorbeeld zandstormen of overstromingen. Keer op keer benadrukt God in de Koran echter dat hij hen hiermee geen onrecht aandeed, maar dat zij zichzelf onrecht aangedaan hadden.[note]Zie ook de Koranverzen 6:131, 11:101, 16:33, 16:118, 26:209, 29:40, 30:9 en 40:31.[/note]

“Is tot hen niet de mededeling gekomen over hen die er voor hun tijd waren, het volk van Noeh en de ‘Aad en de Thamud en het volk van Ibrahiem en de bewoners van Madjan en de ondersteboven gekeerde steden, tot wie hun gezanten met de duidelijke bewijzen kwamen. God was niet zo dat Hij hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.” (Sura at-Tauba, 9:70) De absolute rechtvaardigheid van God zal vooral blijken op de Dag des Oordeels, wanneer elke ziel zal krijgen wat hij verdiend heeft: “En de aarde straalt in het licht van haar Heer, het boek wordt voorgelegd en de profeten en getuigen worden gebracht. En er wordt tussen hen naar waarheid beslist en hun wordt geen onrecht aangedaan.” (Sura az-Zumar, 39:69)

Allah zal daarbij niemand onrecht aandoen, zo benadrukt Hij de in de Koran in prachtige bewoordingen: nog geen ‘vezeltje’, nog niet ‘de holte in een dadelpit’ en nog niet ‘het gewicht van een mosterdzaadje’.[note]Zie de Koranverzen 4:49, 4:77, 4:124 en 21:47.[/note] De rechtvaardigheid en genade van Allah daarentegen zijn zelfs zo groot, dat Hij onze goede daden zal vermenigvuldigen: “God doet geen greintje onrecht aan en als het een goede daad is zal Hij die verdubbelen en van Zijn kant een geweldig loon geven.” (Sura an-Nisaa’, 4:40)

“Als iemand met een goede daad komt dan is er voor hem tien maal zoveel en als iemand met een slechte daad komt dan wordt hem slechts dienovereenkomstig vergolden en hun zal geen onrecht worden aangedaan.” (Sura al-An’aam, 6:160) Uit een hadith (overlevering) leren we nog iets bijzonders over de rechtvaardigheid van Allah. De profeet Mohammed (vzmh) vertelde namelijk dat Allah gezegd heeft: “O mijn dienaren, ik heb onrechtvaardigheid voor Mijzelf verboden en Ik heb het voor jullie onderling verboden: wees dus niet onrechtvaardig.” (Muslim)[note]Tuinen der Oprechten. Een selectieve vertaling van Riyaad as-Saalihien van Imam an-Nawawie. Islamitisch Cultureel Centrum Nederland (ICCN), 2e druk, Den Haag, 2000, p. 70.[/note] Blijkbaar vond Allah rechtvaardigheid zo belangrijk, dat hij onrechtvaardigheid niet alleen verboden heeft voor de mensen, maar ook voor zichzelf.

 

Elkaar geen onrecht aandoen

In de islam wordt vaak gesteld dat mensen elkaar onderling geen onrecht mogen aandoen.“Doet niemand onrecht aan”, kunnen we bijvoorbeeld lezen in sura al-Baqara (2:279), en “God bemint de onrechtplegers niet” (Sura al-‘Imraan, 3:57 en 3:140).[note]Zie ook Koranvers 42:40.[/note] De profeet Mohammed (vzmh) heeft gezegd: “De broeder is de broeder van een moslim: behandelt hem niet onrechtvaardig, en kijkt niet op hem neer, en laat hem niet in de steek.” (Muslim)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 104.[/note] Ook zei hij: “Allah de verhevene heeft jullie verboden: (…) het aandringen op dat waar je geen recht op hebt.” (Bukhari en Muslim)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 124.[/note] Zowel in de Koran als in de hadith wordt dan ook herhaaldelijk aangekondigd dat degenen die andere mensen onrecht aandoen, door Allah bestraft zullen worden: “(…)Als zij die onrecht plegen maar zouden zien, wanneer zij de bestraffing bemerken, dat de kracht geheel aan God toebehoort en dat God streng is in de bestraffing.” (Sura al-Baqara, 2:165) En “(…) God wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet.” (Sura al-Baqara, 2:258)[note]Zie ook de Koranverzen 5:51, 6:144, 9:19, 46:10, 61:7, 62:5 en voor een iets andere versie: 3:86.[/note]

De Profeet heeft daarbij specifiek gewezen op de rol die het slachtoffer van onrecht kan spelen bij de bestraffing daarvan door Allah: “Vrees de smeekbede van de onrechtvaardig behandelde, want tussen deze (smeekbede) en Allah is geen versluiering.” (Bukhari en Muslim)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 97.[/note] Ook heeft hij daarover het volgende gezegd: “Wie er onrecht begaan heeft tegenover zijn broeder, of het nu op het gebied van eer of materiële zaken is: laat hem vandaag de vergeving ervan zoeken, voordat de tijd komt dat hij dinar noch dirham heeft. Wanneer hij goede daden zou hebben, worden die weggenomen, in verhouding tot zijn onrecht. En als hij geen goede daden zou hebben, krijgt hij, in verhouding, de last te dragen van de slechte daden van degene die hij onrecht aangedaan heeft.” (Bukhari)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 97-98.[/note]

In de Koran wordt bovendien het zoeken van bescherming bij onrechtplegers, evenals het bestrijden van rechtvaardige mensen, ook gedefinieerd als onrecht dat bestraft zal worden: “Zij die ongelovig zijn aan Gods tekenen, zonder enig recht de profeten doden en hen doden die tot rechtvaardigheid oproepen, zeg hun een pijnlijke bestraffing aan.” (Sura al-‘Imraan, 3:21) En “En zoekt geen steun bij hen die onrecht plegen, dan zal het vuur jullie treffen. En jullie hebben buiten God geen beschermers; dan zullen jullie geen hulp krijgen.” (Sura Hoed, 11:113)

Verzet tegen onrecht wordt door de Koran juist aangemoedigd: “(…) onderga geen onrecht”, kunnen we bijvoorbeeld lezen in sura al-Baqara, vers 2:279.[note]Zie ook de Koranverzen 4:148, 16:41, 22:39-40, 26:227, 42:41 en 49:9.[/note]

 

Rechtvaardigheid nastreven

In zowel de Koran als de hadith zien we ook een voortdurend pleidooi voor het nastreven van rechtvaardigheid: “God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen. (…)” (Sura an-Nisaa’, 4:158) En “God bemint hen die rechtvaardig handelen.” (Sura al-Maa’ida, 5:42)

De profeet Mohammed (vzmh) heeft gezegd: “Het bevorderen van rechtvaardigheid tussen twee mensen is liefdadigheid.” (Bukhari en Muslim)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 108.[/note] En in de volgende overlevering heeft hij rechtvaardigheid benoemd als een van de weinige eigenschappen waarover we jaloers op een ander kunnen zijn: “Er zijn maar twee soorten mensen die het waard zijn om jaloers op te zijn: een persoon die van Allah voorzieningen geschonken krijgt en hij gebruikt ze voor een rechtvaardig doel; en een persoon die van Allah wijsheid krijgt waarmee hij oordeelt en anderen onderwijst.” (Bukhari en Muslim)[note]Tuinen der Oprechten (2000), p. 154-155.[/note] Rechtvaardigheid wordt in de islam zo belangrijk gevonden dat deze ten aanzien van iedereen vereist wordt: rijk of arm, familie of niet, zelfs al gaat dit tegen jouw eigen belang of dat van jouw familie in.

Rechtvaardigheid overstijgt dus alle sociale en maatschappelijke grenzen van geslacht, kleur, ras, klasse of religie. In de Koran staat namelijk: “Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God welingelicht over wat jullie doen.” (Sura an-Nisaa’, 4:135)

Volgens de asbab an-nuzul (omstandigheden van de openbaring) van al-Wahidi daalde vers 4:135 neer toen een arme en een rijke man naar de Profeet (vzmh) gingen om een conflict op te lossen. De Profeet was geneigd om ten voordele van de arme man te beslissen, omdat hij dacht dat een arme man een rijke geen schade kon berokkenen. Maar Allah wilde voor arm en rijk dezelfde rechtvaardigheid bewerkstelligen, en openbaarde daarom dit vers.[note]Asbab Al-Nuzul by Al-Wahidi. Op: www.altafsir.com/Tafasir.asp?tMadhNo=0&tTafsirNo=86&tSoraNo=4&tAyahNo=135&tDisplay=yes&UserProfile=0&LanguageId=2 (gezien 26 november 2014).[/note]

De Profeet heeft ook een keer geweigerd om de straf voor een rijke vrouw die gestolen had, kwijt te schelden. Hij zei toen: “Er zijn volkeren vóór jullie vernietigd omdat ze de straf voor een rijke die gestolen had, kwijtscholden, maar de straf voor een arme die gestolen had, wel ten uitvoer brachten. Ik zweer bij Allah: als Fatima, de dochter van Mohammed, zou stelen, dan zou ik haar hand afhakken.”[note]‘Abdul-‘Aziz Al-Khayyaat, Human Rights and Racial Discrimination in Islam. Dar As-Salam, Cairo, 2002, p. 111.[/note] En Omar Ibn al-Khattaab, een vriend van de Profeet en de tweede kalief in de islamitische geschiedenis, heeft iets vergelijkbaars gezegd: “Als jullie oordelen tussen strijdende partijen, wees dan gelijk in jullie blik, jullie oordeel en jullie aandacht, zodat de sterke man geen hoop kan hebben dat jullie hem zullen bevoordelen, en de arme man niet de hoop op jullie rechtvaardigheid verliest.”[note]Al-Khayyaat (2002), p. 59.[/note]

Over het belang van ‘rechtvaardigheid voor iedereen in gelijke mate’ zien we ook de volgende Koranverzen: “..En als jullie een uitspraak doen weest dan rechtvaardig zelfs al zou het een verwant betreffen. (…)” (Sura al-An’aam, 6:152) En “Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.” (Sura al-Maa’ida, 5:8) En “En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar begaat geen overtredingen; God bemint de overtreders niet.” (Sura al-Baqara, 2:190)

Khalid Baig, auteur van diverse boeken en vele artikelen over de islam, vindt dat deze Koranverzen een oplossing bieden voor het blijvende conflict tussen eigenbelang en rechtvaardigheid: “Onder normale omstandigheden lukt het veel mensen wel om rechtvaardig te zijn. Maar de islam gebiedt haar volgelingen om rechtvaardig te zijn zelfs wanneer ze met sterk conflicterende emoties geconfronteerd worden. In de omgang met andere mensen zijn er twee belangrijke belemmeringen voor rechtvaardigheid: liefde en haat. Kijk hoe de Koran ons leert om de eerste belemmering te voorkomen als we te maken hebben met onze meest nabije familieleden of zelfs onszelf. (…) De tweede – even sterke – belemmering is haat. Hier draagt de Koran op: (…) wees niet onrechtvaardig, zelfs al heb je met de vijand te maken. (…) Haat ten aanzien van anderen kan niet gebruikt worden als een excuus om onrechtvaardigheid ten aanzien van hen te begaan.”[note]Khalid Baig, What Does Islam Teach About Justice? Neither love nor hatred can be allowed to compromise justice, 2001. Op: www.albalagh.net/food_for_thought/justice.shtml (gezien 26 november 2014).[/note]

De Koran en de hadith dragen ons zelfs om niet alleen rechtvaardigheid te betrachten ten aanzien van de slachtoffers van onrecht, maar ook ten aanzien van de daders. Zo heeft de profeet Mohammed gezegd: “Help je broeder, zowel een onrechtvaardige als een onrechtvaardig behandelde.” Iemand vroeg: “O boodschapper van Allah, ik zou hem helpen als hij onrechtvaardig behandeld werd, maar hoe moet ik hem helpen als hij een onrechtvaardige is?” Hij antwoordde: “Weerhoud hem – of stop hem – van onrechtvaardigheid, dat is hulp.” (Bukhari)[note]Tuinen der Oprechten. Een selectieve vertaling van Riyaad as-Saalihien van Imam an-Nawawie. Islamitisch Cultureel Centrum Nederland (ICCN), 2e druk, Den Haag, 2000, p. 105.[/note]

In de Koran kunnen we lezen: “En als twee groepen van de gelovigen met elkaar strijden, sticht dan vrede tussen hen. En als een van beide zich onrechtmatig tegenover de andere gedraagt strijdt dan tegen die groep die zich onrechtmatig gedraagt, totdat zij zich weer aan Gods bevel houdt. En als zij zich er dan weer aan houdt sticht dan op een billijke manier vrede tussen beide en handelt daarbij rechtvaardig. God bemint hen die rechtvaardig handelen.” (Sura al-Hudjuraat, 49:9)

 

Hoe rechtvaardigheid te realiseren?

De vraag is nu, hoe wij in ons dagelijkse leven rechtvaardigheid kunnen nastreven of realiseren. Want de Koranverzen en ahadith die tot nu toe in dit artikel aan de orde zijn gekomen, geven wel aan dát we rechtvaardigheid zouden moeten nastreven, maar zeggen nog niet echt concreet iets over de manier waarop we dat kunnen doen: “God heeft rechtvaardigheid gevraagd en, ondanks het feit dat hij daarvoor geen specifieke route heeft voorgeschreven, heeft hij wel algemene richtlijnen gegeven voor het bereiken ervan. Hij heeft geen specifieke middelen voorgeschreven om rechtvaardigheid te bereiken, maar heeft ook geen middelen die ertoe kunnen leiden, ongeldig verklaard.”[note]Justice in Islam. Op: www.islamreligion.com/articles/376/#_ftnref8186 (gezien 26 november 2014).[/note] Enerzijds kan dit lastig zijn, maar we kunnen dit ook positief opvatten: de Islam biedt op deze manier namelijk ruimte voor eigen inzicht. We kunnen dus middelen inzetten die passen bij onze eigen situatie en omstandigheden. De profeet Mohammed (vzmh) heeft aangegeven hoe ieder mens rechtvaardigheid kan nastreven, ook al heeft hij op het eerste gezicht misschien daarvoor weinig mogelijkheden: “Wie van jullie iets verwerpelijks ziet, laat hij het met zijn hand veranderen, als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong, en als hij zelfs daar niet toe in staat is, dan met zijn hart (…).” (Muslim)[note]Tuinen der Oprechten. Een selectieve vertaling van Riyaad as-Saalihien van Imam an-Nawawie. Islamitisch Cultureel Centrum Nederland (ICCN), 2e druk, Den Haag, 2000, p. 89.[/note]

Uit de Koran kunnen we bovendien een aantal specifieke situaties afleiden waarin om rechtvaardigheid gevraagd wordt. Daarbij wordt ook aangegeven hoe we die rechtvaardigheid kunnen bereiken. Het gaat bijvoorbeeld om rechtvaardigheid bij het in bewaring geven van goederen (teruggeven aan de rechtmatige eigenaar), het omgaan met bezittingen van andere mensen (niet beschadigen), het bedrijven van handel (eerlijk maat en gewicht bepalen), de zorg voor wezen (hun bezittingen niet verteren) en het maken van een testament (in redelijkheid).[note]Zie o.a. de verzen 2:180, 4:6, 4:58 en 6:152. Voor het belang van rechtvaardigheid in de handel en het gebruiken van de juiste weegschaal daarbij, zie de Koranverzen 7:85, 11:84-85, 17:35, 26:181-182, 55:9 en 83:2-3.[/note] Verder valt op dat de Koran vaak oproept tot rechtvaardigheid ten aanzien van vrouwen, specifiek in situaties van huwelijk en echtscheiding. Zo is polygamie alleen toegestaan als de man in staat is om zijn vrouwen gelijkwaardig te behandelen.[note]Zie Koranvers 4:3.[/note] En mannen die van hun vrouw willen scheiden, moeten daarbij ‘redelijkheid’ in acht te nemen en haar niet onnodig kwellen (niet aan het lijntje houden, en haar voldoende alimentatie geven).[note]Zie de Koranverzen 2:228-241en 65:2.[/note]

In de Koran staat verder in sura Saad (vers 38:20-26) een verhaal over de profeet Dawud (David). Twee mensen die een conflict met elkaar hadden, kwamen naar hem toe en vroegen hem om een uitspraak. Hij deed die uitspraak, maar realiseerde zich daarna dat hij slechts door Allah beproefd was, en vroeg Hem om vergeving. Allah zei toen tegen hem: “O Dawud, Wij hebben jou tot opvolger op de aarde gemaakt. Oordeel dus naar waarheid tussen de mensen en volg [je eigen] neiging niet, want die zal je van Gods weg doen afdwalen.” Volgens Hebba Choudhry en Mubashir Hussain had Dawud hier te snel geoordeeld, namelijk direct nadat hij het verhaal van één kant gehoord had, en zonder zich te realiseren dat hij eerst had moeten aanhoren wat de andere persoon te zeggen had.[note]Hebba Choudhry & Mubashir Hussain, The Concept of Justice in Islam. A Comprehensive Study of the Related Ayaat in the Quran, 2008. Op: http://muslimmatters.org/2008/06/12/heavenly-hues-the-concept-of-justice-in-islam/ (gezien 26 november 2014).[/note] We kunnen hieruit dus leren hoe belangrijk het is om twee kanten van het verhaal te horen, voordat we in een conflictsituatie een oordeel uitspreken.

Tot slot kunnen we uit de Koran afleiden hoe we rechtvaardigheid kunnen toepassen in het straf-recht: in principe door overtredingen en misdaden naar zwaarte te bestraffen. Maar, benadrukt Allah, kwijtschelding of verzoening is beter: “Wij hebben hun daarin voorgeschreven: leven om leven, oog om oog, neus om neus, oor om oor en tand om tand; ook voor verwondingen is er vergel-ding. Als iemand het dan als aalmoes kwijtscheldt dan geldt dat voor hem als verzoening. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de onrechtplegers.” (Sura al-Maa’ida, 5:45)[note]Zie ook Koranvers 16:126.[/note]

 

Vergeving vragen

Tot slot: de mens is zwak, en in zijn zwakheid doet hij niet alleen anderen, maar ook zichzelf soms onrecht aan. Dan is het goed te weten dat Allah ons de kans heeft gegeven om Hem om vergeving te vragen: “Wie iets slechts doet of zichzelf onrecht aandoet en dan God om vergeving vraagt zal merken dat God vergevend en barmhartig is.” (Sura an-Nisaa’, 4:110).

 

Noten

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!